In het meer dan schemerdonker loop ik schoorvoetend door een voor mij onbekende ruimte. Ergens achterin, op de muur moet de schakelaar zitten die voor verlichting zorgt. Onzeker – en ik haat onzekerheid – dus angstig tast ik de weg naar ‘ergens achterin’ af. Tok, in de duisternis stoot ik mijn hoofd. Mijn af-tastzin meldt me dat ik niet verder kan, een grens, een barrière, een, dé muur is bereikt. Kan ik verder, nee. De schakelaar tot reductie van mijn angst, tot nieuw zicht moet hier ergens zitten, die kennis had ik. Maar verdomme waarom heeft niemand me gewoon verteld wáár die schakelaar precies zit, dan had ik het geweten.  Een klein beetje openheid zeg!

Voorzichtig strelen mijn handen de donkere sluier van het zwart… Een zucht… Ik hoor een zucht en ik ben het niet. Even denk ik dat het de zucht van verlichting is maar dat kan niet want het is nog te donker. De ruimte voelt, geflankeerd door de herrie van die zucht, als een winderige, regenachtige novembernacht die mij gevangen houdt in het moment. Mijn handen, net zo nat als mijn rug maar niet van de regen, trillen… Ik balanceer in een schemergebied van nachtblindheid, angst, het letterlijk tegen een grens aanlopen en de ondernemende wil om eruit te komen. Heel even denk ik: help…

Terwijl ik geen hand voor ogen zie, met mijn blik op weet ik waar, de muur als enige fragiele zekerheid, een gat achter me, voel ik de sensatie van een uitstulping op de enige vastigheid van dat ogenblik… ik voel de kleine redder op de muur.

Met één simpele beweging zal de spanning met de snelheid van het licht uit mijn kop stromen waar het bloed langzaam kan afkoelen tot normale waarden en ik niet alleen mijn ogen kan laten genieten van transpiratie die plaats maakt voor transparantie maar heel mijn zijn! Ik sta stil bij de vooruitblik op uitzicht! Ik ga schakelen!

Mijn hand ontsteekt met een meer dan eenvoudige lichte druk het… allicht…fel!!! Verblind door de hoofdprijs aan lumineus genoegen knijpen mijn oogleden samen en in een flits zie ik dat ik – terwijl ik weer tot mezelf kom – mijn angst omkeer en ik – wanneer mijn kijken gewend is aan de ruimte – ‚fel’ omdraai tot ‚lef’. Ik ontwaar, tegelijk met hen, drie andere personen die ieder aan een eigen muur staan… Hun gedrag, hun kijkwijze, hun houding, hun vragende blikken lijken op die van mij. Een nog fellere ‘stilte’ kruipt in de donkere catacomben van onze gehoorgangen… Wie zorgt voor verlichting? Ik heb geschakeld, ik had lef.

Lef, door mijzelf al heel wat jaren getypeerd als het zelfstandig naamwoord dat staat voor de drie-eenheid Live, Enjoy, Fun; ik wil genieten van het leven en gewoon wat lol hebben! Dat klinkt ons allen toch als muziek in de oren. Akkoord?

Dus, aangezien gedeelde vreugd, volgens de wetten der clichés dubbele vreugd is en gedeelde smart volgens een zelfde cliché, halve smart, denk ik: Live, Enjoy, Fun!

Zal ik kennis maken? Met lef strek ik de moedige hand, die inmiddels zo droog is als mijn mond voordat ik de wonder-button gevonden had en vraag me af of ik het juiste signaal geef… Ben ik te vrijpostig? Is mijn arm wat te priemend? Zal ik mijn duim meer naar binnen houden, de vingers wat gekromd zodat ik niet meteen alles opengooi… Ben ik dan wel uitnodigend genoeg? Of zal ik juist een krachtige, volledig gestrekte hand etaleren? Wellicht een teken van openheid en transparantie zonder gat in de hand…

Terwijl ik me dat zo af sta te vragen is de persoon die aan de tegenovergestelde muur stond – daar waar ik een gat dacht te ervaren – op me afgekomen… En voordat ik vanuit de gedachte: ‘misschien maar één vinger’… die ene vinger tentoonspreidt, pakt zij mijn hele hand.

„Hi” zegt ze met een stem die vergezeld gaat van een hees randje… ze kwam uit Heesch en daar wilde ze het – voorlopig – bij laten… De vraag of we samen wat zouden gaan doen heb ik laten zitten, dat lef had ik niet. Wat een dapper wijf dacht ik… Zachter dan Robijn en meer grens dan muur. ‘Tot hier en niet verder’ sprak ze uit. In dat korte proces van samen had zij al duidelijk gemaakt dat ze het achterste van haar tong niet liet zien… Jammer… Maar juist door te melden ‘tot hier en niet verder’ zijn we verder gekomen. Kennis groeide uit tot vriendschap, vriendschap tot een relatie… Maar ja, wil ik die delen?…  Er zijn grenzen…

Wat is nu de moraal? Weet je, als je ooit daar bent waar je ruimte voelt maar je de situatie niet of nog niet kunt overzien, waar je mensen treft en er ‘weet ik wat’ kan ontstaan, waar je zou kunnen komen tot composities die klinken als een klok, weet dan dat jij bepaalt waar de schakelaar op jouw muur zit…

Jij bepaalt wat je laat zien. Jij bepaalt de druk van de hand en de knop. Echt, als je het lef hebt om in het juiste licht grenzen te bewaken of soms  schakelt om ze bij te stellen, als je zichtbaar en hoorbaar bent en duidelijk de contouren en de kaders schetst, als je je laat gelden zonder geldingsdrang, stoot je nooit… TOK… je hoofd…

Tok?

Voor mij een zelfstandig naamwoord dat vanwege haar klank gekoppeld aan protectie staat voor de drie-eenheid: Transparantie Openheid Kennisdelen.

Haar hakken klinken… tok tok tok… ik sta stil bij het feit dat we samen naar buiten lopen. Wat voel ik me rijk. De andere twee wachten af… Maak jij de deur dicht vraagt ze? Ik heb het lef om hem open te laten…

Peter van Aar

Category:
Blog